H.H. Engelbewaarders

Hazerswoude-Dorp

Interieur

Tot ca. 1960 waren in het middenschip 225 plaatsen voor de vrouwen in de beide zijbeuken 180 plaatsen voor de mannen. In 1970 zijn de banken vervangen door stoelen. Het Maria- altaar stamt uit 1884 en is gemaakt door J,A. Oor.

Het tabernakel stond vroeger midden op het altaar met de expositietroon er bovenop. In de expositietroon werd tijdens het lof de monstrans geplaatst. Op de verguld koperen deuren van het tabernakel staat een symbolische voorstelling van een lam en een vis. De koperen expositietroon heeft zeven zuilen en is versierd met edelstenen. Op het koepelvormige dak staat een bol van granaatsteen met een kruis. In de expositietroon staat een koperen altaarkruis waarvan de driezijdige voet gevormd wordt door drie draken. Op de armen staan de symbolen van de vier evangelisten. Tabernakel, expositietroon en kruis komen uit het atelier van de edelsmid Brom.


De altijd brandende godslamp is een symbool van Gods voortdurende aanwezigheid. Rond het glas een driedelige stralenkrans en tekst (vertaald): Ik ben het licht der wereld.

Ook het doopvont komt uit dit atelier. Afgebeeld wordt de doop van Jezus. De Engel heeft een extra lange vleugel, waardoor het lijkt dat hij ook het doopwater uitstort. Rond het doopvont staat wat Jezus zei, toen Johannes de Doper hem niet wilde dopen; (vertaald): Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.