H.H. Engelbewaarders

Hazerswoude-Dorp

In 1967 bestonden er, overigens niet ten uitvoer gebrachte plannen om het orgel na elektrificatie te plaatsen in de verpleeginrichting “Vreugdenhof” en in 1969 volgde overplaatsing naar de parochiekerk van het “Allerheiligst Sacrament” aan de Kometensingel in Amsterdam, waar het instrument al spoedig bezweek onder de invloed van de verwarming. In de afgelopen 16 jaar is herhaaldelijk getracht een andere bestemming voor het instrument te vinden met behoud van de oorspronkelijke tractuur. doch helaas tevergeefs.

Sedert 1975 is gezocht naar een kerk die het orgel wilde overnemen en terugbrengen in de oorspronkelijke staat. Dit bleek geen haalbare zaak. In lussentijd dreigde tot tweemaal toe
het instrument verkocht te worden aan een opkoper, hetgeen op het laatste moment door ingrijpen van het bisdom Haarlem voorkomen kon worden. Ook was er reeds sprake van vandalisme, zodat een oplossing op korte termijn geboden was wilde het instrument nog gered worden.

Na ampele overwegingen en overleg met de Rijksadviseur voor orgels is besloten het orgel te gunnen aan de parochie van de “H.H. Engelbewaarderskerk” in Hazerswoude-Dorp, doch waarbij het voorzien zou worden van mechanische sleepladen. Hoewel het verlies van de pneumatiek van Weigle de orgelmaker met enige spijt vervult is dit in historisch opzicht geen fout.
Maarschalkerweerd bouwde tot in het begin van de 20
ste  eeuw nog mechanische orgels, met name als het om kleinere instrumenten gaat.

Om dit alles te verwezenlijken was er veel geld nodig.
Er werd in 1988 een enquête gehouden onder de parochianen van 18 jaar en ouder met o.a. de volgende vragen:
• gaat uw voorkeur uit naar een klassiek pijporgel?
• heeft u bezwaar tegen het plaatsen van een orgel voorin de kerk op het altaar?
• bent u bereid een financiële bijdrage te leveren ter dekking van de orgelkosten?
Uit de enquête bleek dat een grote meerderheid een voorkeur had voor een klassiek orgel en dat men geen
bezwaar had tegen het plaatsen van een orgel voor in de kerk. Belangrijk was ook dat een grote meerderheid bereid was een financiële bijdrage te leveren. Want de kosten voor aankoop en plaatsing waren ruim fl. 125.000.00 = ± 57.000,00.

Orgel

Het orgel is in 1904 geleverd door M. Maarschalkereerd te Utrecht aan het “St. Elisabethsgasthuis” te Amsterdam volgens een contract uit 1899.
Het front is mogelijk een ontwerp van de architect van de kapel, Bleys, alhoewel de indeling meer door Maarschalkerweerd is gebruikt.
Het instrument bezat een vrijstaande speeltafel midden voor het orgel en was uitgerust met het pneumatische systeem volgens C. Weigle, die de laden en de pneumatiek had geleverd.
De grootste frontpijp bevat een inscriptie met betrekking tot de plaatsing.


In 1963 bestonden er plannen om het instrument te wijzigen. Een zeer vergaand ontwerp van de hand van M. A. Bouman van de Nederlandse Klokken- en Orgelraad (dus niet de Katholieke klokken- en orgelraad) wordt gelukkig door Hubert Schreurs van de hand gewezen. Zijn eigen plannen gaan weliswaar minder ver, maar de oorspronkelijke dispositie wordt wel aangetast. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit echt een typisch laat 19de eeuwse dispositie voor een begeleidingsorgel in een nonnenklooster was.